Je EigenRoute
ВхідРеєстрація

Словник

796 слів · сторінка 17 з 32

  • de mensA1

    людина

    Hij is een aardig mens.

  • de mensenA1

    люди

    Er waren veel mensen op het feest.

  • het mesA1

    ніж

    Dit mes is niet scherp.

  • metA1

    з

    Ik ga met de fiets.

  • meteenA1

    одразу

    Ik kom er meteen aan.

  • de meterA1

    метр

    De kamer is vier meter lang en drie meter breed.

  • de mevrouwA1

    пані

    Mevrouw, u bent uw handschoen in de bus vergeten.

  • de middagA1

    день (пора доби)

    We eten om twaalf uur 's middags.

  • de middernachtA1

    північ

    De trein rijdt tot middernacht.

  • militairA1

    військовий

    Er is militaire steun toegezegd.

  • minderA1

    менше

    Ik werk nu minder uren.

  • de ministerA1

    міністр

    De minister legde het beleid uit.

  • de minuutA1

    хвилина

    Wacht even, nog één minuut.

  • misschienA1

    може, можливо

    Misschien kom ik later.

  • missenA1

    miste · hebben gemist

    пропустити; сумувати

    Ik heb de bus gemist.

  • moeA1

    втомлений

    Ik ben vandaag heel moe.

  • de moederA1

    мати, мама

    Mijn moeder woont in Utrecht.

  • moeilijkA1

    важкий

    Nederlands is soms moeilijk.

  • moetenA1неправильне

    moest · moesten · hebben gemoeten

    мусити

    Ik moet nu weg.

  • mogelijkA1

    можливий

    Is het mogelijk om later te komen?

  • mogenA1неправильне

    mocht · mochten · hebben gemogen

    можна, мати право

    Mag ik hier zitten?

  • het momentA1

    момент

    Een moment, ik kom eraan.

  • de mondA1

    рот

    Doe je mond open, zegt de tandarts.

  • mooiA1

    гарний

    Wat een mooie foto!

  • morgenA1

    завтра

    Morgen begin ik vroeg.