Словник
1768 слів · сторінка 16 з 71
het eiA1
яйце
Ik eet 's ochtends een ei.
de eigenaarB1
власник
De eigenaar van het huis wil de huur verhogen.
het eilandA1
острів
Het eiland is per veerboot bereikbaar.
het eindeA2
кінець
Aan het einde van de straat is een bakker.
de eindtoetsA2
підсумковий тест
De eindtoets is in juni.
eisenA2
eiste · hebben geëist
вимагати
De bond eist een hoger loon.
de eisen
вимоги (мн. від eis)
De school stelt hoge eisen aan het schrijven.
de elektriciteitA2
електрика
De elektriciteit is vanochtend uitgevallen.
de elleboogA1
лікоть
Ik heb mijn elleboog gestoten.
de emmerA1
відро
Vul de emmer met water.
de energieA1
енергія
De prijzen voor energie zijn gestegen.
de energiekostenB1
витрати на енергію
De energiekosten zijn een groot deel van mijn budget.
het energielabelA2
енергетичний клас
Dit huis heeft energielabel C.
de energierekeningB1
рахунок за електроенергію
Mijn energierekening is verdubbeld.
het EngelsA1
англійська мова
Mijn kinderen spreken thuis Nederlands en op school Engels.
de enkelA1
щиколотка
Ik heb mijn enkel verzwikt.
єдиний; лише, тільки
Er is geen enkele reden om je zorgen te maken.
de entreekaartB1
вхідний квиток
De entreekaart kost twaalf euro.
de envelopA1
конверт
Doe de brief in een envelop.
de ervaringA2
досвід
Voor deze functie is ervaring nodig.
de erwtA1
горох
In de soep zitten erwten en wortels.
etenA1неправильне
at · aten · hebben gegeten
їсти
Wij eten meestal om zes uur.
het eten
їжа
Nederlands eten is soms heel simpel.
het etiketA2
етикетка
Kijk even op het etiket.
de euroA1
євро
De euro is in twintig landen betaalmiddel.
de evaluatieB1
оцінка, розбір
Na het project volgt een evaluatie.
het evenementB1
захід
Het evenement trekt duizenden bezoekers.
het examenB1
іспит
Het examen is over twee weken.

