Словник
796 слів · сторінка 15 з 32
de laptopA1
ноутбук
Thuis werk ik het liefst op mijn laptop.
latenA1неправильне
liet · lieten · hebben gelaten
дозволяти; віддавати (у ремонт)
Ik laat mijn fiets repareren.
laterA1
пізніше
We bellen later wel even.
de leeftijdA1
вік
Wat is de leeftijd van je kinderen?
leegA1
порожній
Mijn glas is leeg.
het legerA1
армія
Het leger hielp bij de evacuatie.
leggenA1
legde · hebben gelegd
класти
Leg het boek op tafel.
lekkerA1
смачний, приємний
Deze soep is heel lekker.
lelijkA1
потворний
Dat gebouw vind ik lelijk.
de lenteA1
весна
In de lente bloeien de tulpen.
de lepelA1
ложка
Ik eet soep met een lepel.
lerenA1
leerde · hebben geleerd
вчити(ся)
Ik leer nu een jaar Nederlands.
de lesA1
урок, заняття
De les Nederlands begint om negen uur.
de letterA1
літера
Schrijf je naam met grote letters.
leukA1
приємний, веселий
Dat was een leuke avond.
levenA1
leefde · hebben geleefd
жити
Mijn opa leeft nog en is al negentig jaar.
het leven
життя
Het leven hier is heel anders.
lezenA1неправильне
las · lazen · hebben gelezen
читати
Lees de tekst nog een keer.
het lichaamA1
тіло
Beweging is goed voor je lichaam.
het lichtA1
світло
Doe het licht even aan.
легкий; світлий
Deze jas is heel licht, ideaal voor de zomer.
lieverA1
краще, радше
Ik drink liever thee.
liggenA1неправильне
lag · lagen · hebben gelegen
лежати, знаходитися
Het boek ligt op tafel.
lijkenA1неправильне
leek · leken · hebben geleken
здаватися
Het lijkt me een goed idee.
de limonadeA1
лимонад
De kinderen krijgen limonade.
linksA1
ліворуч
Sla bij de kerk links af.
de lipA1
губа
Mijn lippen zijn droog van de kou.

