Je EigenRoute
ВхідРеєстрація

Словник

634 слів · сторінка 15 з 26

  • opzoekenA2відокремлюванийнеправильне

    zocht op · zochten op · hebben opgezocht

    подивитися, знайти (у словнику, на мапі)

    Zoek het woord even op.


    відвідати, зайти до (когось)

    Ik ga dit weekend mijn oma opzoeken.

  • ordenenB2

    ordende · hebben geordend

    упорядковувати

    Orden de gegevens per jaar.

  • organiserenA2

    organiseerde · hebben georganiseerd

    організовувати

    Wij organiseren zaterdag een feest voor de buren.

  • overboekenB1відокремлюваний

    boekte over · hebben overgeboekt

    переказувати (гроші)

    Ik heb het bedrag gisteren overgeboekt.

  • overdrijvenB2неправильне

    overdreef · overdreven · hebben overdreven

    перебільшувати

    Hij overdrijft het probleem een beetje.

  • overleggenB1

    overlegde · hebben overlegd

    радитися

    Ik moet eerst met mijn collega overleggen.

  • overlevenB1

    overleefde · hebben overleefd

    виживати, пережити

    Alle passagiers hebben het ongeluk overleefd.

  • overlijdenB1неправильне

    overleed · overleden · zijn overleden

    померти

    Zijn vader is vorig jaar in het ziekenhuis overleden.

  • overnemenB1відокремлюванийнеправильне

    nam over · namen over · hebben overgenomen

    переймати, брати на себе

    Kun jij mijn dienst morgen overnemen?

  • overstappenA2відокремлюваний

    stapte over · zijn overgestapt

    робити пересадку

    In Utrecht moet je overstappen.


    переходити (до іншого постачальника)

    Veel mensen stappen over naar een goedkopere zorgverzekering.

  • overstekenB1відокремлюванийнеправильне

    stak over · staken over · zijn overgestoken

    переходити (дорогу)

    Steek hier voorzichtig over.

  • overtuigenA2

    overtuigde · hebben overtuigd

    переконувати

    Hij wist iedereen te overtuigen.

  • pakkenA1

    pakte · hebben gepakt

    брати, хапати

    Pak even een glas voor me.

  • parkerenA2

    parkeerde · hebben geparkeerd

    паркуватися

    Hier mag je niet parkeren.

  • passenA2

    paste · hebben gepast

    міряти; підходити

    Mag ik deze broek even passen?

  • pinnenA2

    pinde · hebben gepind

    платити карткою

    Kan ik hier pinnen?

  • plaatsenB1

    plaatste · hebben geplaatst

    розміщувати

    Ik heb een advertentie op de website geplaatst.

  • plaatsvindenB1відокремлюванийнеправильне

    vond plaats · vonden plaats · hebben plaatsgevonden

    відбуватися (захід)

    De bijeenkomst vindt plaats in het buurthuis.

  • plannenA2

    plande · hebben gepland

    планувати

    We moeten de verhuizing naar Utrecht goed plannen.

  • plegenB2

    pleegde · hebben gepleegd

    скоювати

    De jongen heeft een inbraak gepleegd.

  • poetsenA1

    poetste · hebben gepoetst

    чистити

    Poets je tanden twee keer per dag.

  • pratenA1

    praatte · hebben gepraat

    розмовляти

    We praten straks verder.

  • presenterenB1

    presenteerde · hebben gepresenteerd

    презентувати

    Morgen presenteer ik mijn werkstuk voor de klas.

  • presterenB1

    presteerde · hebben gepresteerd

    показувати результат

    Onder druk presteert hij juist beter.

  • prijzenB2неправильне

    prees · prezen · hebben geprezen

    хвалити

    De jury prees haar heldere betoog.