Словник
796 слів · сторінка 14 з 32
de koekA1
печиво
Bij de koffie krijg je een koekje.
de koelkastA1
холодильник
De melk staat in de koelkast.
de koffieA1
кава
Zullen we een kopje koffie drinken?
komenA1неправильне
kwam · kwamen · zijn gekomen
приходити
Kom je vanavond ook?
de komkommerA1
огірок
Snijd de komkommer in plakjes.
de koningA1
король
De koning opende het parlementaire jaar.
de koolA1
капуста
In de winter eten we vaak kool.
вугілля
Vroeger stookten ze de kachel op kool.
kopenA1неправильне
kocht · kochten · hebben gekocht
купувати
Ik koop brood bij de bakker.
het kopjeA1
чашка
Wil je een kopje thee?
kortA1
короткий
Het was maar een korte pauze.
koudA1
холодний
Het eten is koud geworden.
de krantA1
газета
Mijn vader leest elke dag de krant.
krijgenA1неправильне
kreeg · kregen · hebben gekregen
отримувати
Ik heb een brief gekregen.
kunnenA1неправильне
kon · konden · hebben gekund
могти, уміти
Kun je mij helpen?
het kussenA1
подушка
Dit kussen is te hard.
het kwartierA1
чверть години
Het duurt nog een kwartier.
laagA1
низький
De prijs is nu laag.
de laag
шар
Er ligt een dikke laag sneeuw op straat.
laatA1
пізно
Sorry dat ik te laat ben.
laatsteA1
останній
Dit is de laatste bus.
lachenA1неправильне
lachte · lachten · hebben gelachen
сміятися
We hebben veel gelachen.
het lakenA1
простирадло
De lakens moeten in de was.
de lampA1
лампа
De lamp in de gang is kapot.
het landA1
країна
Uit welk land kom je?
langA1
довго, довгий
Het duurt niet lang.
langzaamA1
повільний
Kunt u wat langzamer praten?

