Словник
306 слів · сторінка 13 з 13
het zoutA1
сіль
Er zit te veel zout in.
солоний
De soep is me veel te zout.
zuurA2
кислий
De melk is zuur geworden.
zwaarA2
важкий (вагою)
Deze koffer is te zwaar voor het vliegtuig.
zwakA1
слабкий
Na de griep voelde ik me zwak.
zwangerA2
вагітна
Mijn zus is zeven maanden zwanger.
zwartA1
чорний
Hij heeft zwarte schoenen aan.
нелегально, без оформлення (про роботу)
Zwart werken kan een hoge boete opleveren.

