Je EigenRoute
ВхідРеєстрація

Словник

2767 слів · сторінка 11 з 111

  • betaalbaarA2

    доступний за ціною

    Een betaalbare woning is moeilijk te vinden.

  • de betaalmethodeA2

    спосіб оплати

    Welke betaalmethode gebruikt u?

  • de betaaltermijnB1

    строк оплати

    De betaaltermijn is dertig dagen.

  • het betaalverzoekB1

    запит на оплату

    Ik stuur je een betaalverzoek via de app.

  • betalenA1

    betaalde · hebben betaald

    платити

    Kan ik met pin betalen?

  • de betalingA2

    платіж

    De betaling is nog niet binnen.

  • de betalingsachterstandB1

    заборгованість за платежами

    Meld een betalingsachterstand op tijd.

  • de betalingsregelingB1

    розстрочка платежу

    Je kunt een betalingsregeling aanvragen.

  • betekenenA1

    betekende · hebben betekend

    означати

    Wat betekent dit woord?

  • de betekenisA2

    значення

    Zoek de betekenis van dit woord op in het woordenboek.

  • beterA1

    краще

    Ik voel me vandaag al beter.

  • beterschapA2

    одужуйте

    Beterschap, hopelijk voel je je snel beter!

  • betrokkenB1

    залучений, причетний

    Alle medewerkers zijn bij het plan betrokken.

  • de beurtA2

    черга (чиясь)

    Jij bent aan de beurt, wat wilt u bestellen?

  • de bevallingA2

    пологи

    De bevalling verliep zonder problemen.

  • bevattenB1

    bevatte · hebben bevat

    містити

    Deze snoepjes bevatten erg veel suiker en kleurstof.

  • bevestigenB1

    bevestigde · hebben bevestigd

    підтверджувати

    Kunt u de afspraak per mail bevestigen?

  • de bevolkingA2

    населення

    Een derde van de bevolking doet vrijwilligerswerk.

  • bewarenA2

    bewaarde · hebben bewaard

    зберігати

    Bewaar deze brief goed.

  • bewegenB1неправильне

    bewoog · bewogen · hebben bewogen

    рухатися

    Probeer elke dag genoeg te bewegen.

  • de bewegingB1

    рух; фізична активність

    Dagelijkse beweging is goed voor je gezondheid.

  • bewerenA2

    beweerde · hebben beweerd

    стверджувати

    Hij beweert dat hij niets wist.

  • het bewijsB1

    доказ, підтвердження

    Bewaar het bewijs van betaling.

  • de bewonerB1

    мешканець (будинку)

    Elke bewoner krijgt een sleutel van de fietsenberging.

  • bewustB1

    свідомий; свідомо

    Ik eet de laatste tijd bewuster en gezonder.