Je EigenRoute
ВхідРеєстрація

Словник

2767 слів · сторінка 109 з 111

  • zesA1

    шість

    We eten om zes uur.

  • zestigA1

    шістдесят

    Mijn vader is zestig geworden.

  • zettenA1

    zette · hebben gezet

    ставити

    Zet de stoel bij het raam.

  • zevenA1

    сім

    Een week heeft zeven dagen.

  • zeventigA1

    сімдесят

    Buiten de bebouwde kom mag je zeventig.

  • zichtbaarB1

    видимий

    Draag in het donker een zichtbaar hesje op de fiets.

  • ziekA1

    хворий

    Ik ben vandaag ziek.

  • het ziekenhuisA2

    лікарня

    Ze ligt sinds gisteren in het ziekenhuis.

  • het ziekenhuisbezoekB1

    візит до лікарні

    Het ziekenhuisbezoek duurde twee uur.

  • de ziekenhuisopnameB1

    госпіталізація

    Een ziekenhuisopname was niet nodig.

  • zich ziekmeldenA2відокремлюванийзворотний

    meldde ziek · hebben ziekgemeld

    повідомити про лікарняний

    Je moet je voor negen uur ziekmelden.

  • de ziekmeldingB1

    повідомлення про лікарняний

    Doe je ziekmelding voor negen uur.

  • de ziekteA1

    хвороба

    Het is een ziekte die vaak voorkomt.

  • het ziektebeeldB1

    клінічна картина

    Dit ziektebeeld komt vaker voor bij ouderen.

  • de ziektekostenB1

    медичні витрати

    De ziektekosten worden grotendeels vergoed.

  • de ziektekostenvergoedingB1

    відшкодування медвитрат

    Vraag na of je ziektekostenvergoeding krijgt.

  • zienA1неправильне

    zag · zagen · hebben gezien

    бачити

    Ik zie je morgen.

  • de zijdeA2

    шовк

    De sjaal is van zijde.


    сторона

    Aan de andere zijde van de straat staat een apotheek.

  • zijnA1неправильне

    was · waren · zijn geweest

    бути

    Ik ben blij dat je er bent.


    його (присвійне)

    Peter pakt zijn jas en loopt naar buiten.

  • de zinA2

    речення

    Schrijf een zin met het woord 'huis'.


    бажання (zin hebben)

    Ik heb geen zin om vandaag te koken.

  • zingenA2неправильне

    zong · zongen · hebben gezongen

    співати

    Op verjaardagen zingen we een lied.

  • zittenA1неправильне

    zat · zaten · hebben gezeten

    сидіти

    Zij zit op de bank.


    бути, лежати (всередині чогось)

    De sleutels zitten in de zak van mijn jas.

  • zoA1

    так

    Doe het zo.

  • zo'nA2

    такий; близько

    Ik wil ook zo'n fiets met een mand voorop.

  • zoalsA2

    як (наприклад)

    Zoals je weet, zijn wij morgen gesloten.