Словник
2767 слів · сторінка 107 з 111
de winkelketenA2
мережа магазинів
Deze winkelketen heeft filialen door het hele land.
het winkelmandjeA2
кошик для покупок
Voor een paar dingen pak ik een winkelmandje.
het winkelpersoneelA2
персонал магазину
Het winkelpersoneel helpt je graag.
de winkeltijdenA2
години роботи магазину
De winkeltijden staan op de deur.
de winkelwagenA2
візок
Voor een winkelwagen heb je een muntje nodig.
de winnaarA2
переможець
De winnaar krijgt een prijs van honderd euro.
winnenA2неправильне
won · wonnen · hebben gewonnen
вигравати, перемагати
Wie heeft gisteren de wedstrijd gewonnen?
de winstB1
прибуток
De winkel maakte dit jaar veel winst.
de winterA1
зима
De winter is hier nat en koud.
wisselenA2
wisselde · hebben gewisseld
міняти (гроші)
Kunt u dit briefje van vijftig wisselen?
змінюватися, чергуватися
Het weer wisselt hier van uur tot uur.
witA1
білий
De muren zijn wit geverfd.
de woensdagA1
середа
Woensdag zijn de kinderen vrij.
de wolkB1
хмара
Er hangen donkere wolken.
de wondA1
рана
Maak de wond eerst schoon.
de wondgenezingB1
загоєння рани
De wondgenezing verloopt goed.
de wondverzorgingA2
обробка рани
De verpleegkundige doet de wondverzorging.
wonenA1
woonde · hebben gewoond
жити, мешкати
Wij wonen in Utrecht.
de woningA2
житло
Een betaalbare woning vinden is moeilijk.
de woningcorporatieA2
житлова корпорація
De woningcorporatie verhuurt sociale woningen.
de woonadresA2
адреса проживання
Geef je nieuwe woonadres door aan de gemeente.
de woonkamerA1
вітальня
De woonkamer is het grootst.
de woonlastenB1
витрати на житло
De woonlasten zijn dit jaar flink gestegen.
de woonruimteA2
житлова площа
Woonruimte is in deze stad schaars.
het woordA1
слово
Ik ken dit woord nog niet.
het woordenboekA2
словник
Zoek het woord op in het woordenboek.

