Словник
2767 слів · сторінка 106 з 111
het werkstukB1
письмова робота, проєкт (у школі)
Voor biologie moet ik een werkstuk over bijen maken.
de werktevredenheidB1
задоволеність роботою
De werktevredenheid is gestegen na de reorganisatie.
de werktijdA2
робочий час
Mijn werktijd is van acht tot vijf.
de werkverdelingB1
розподіл роботи
De werkverdeling is eerlijk geregeld.
de werkweekA2
робочий тиждень
Een werkweek is hier 36 uur.
het westenA2
захід (сторона світу)
De zon gaat onder in het westen.
de wetA1
закон
Dat is bij wet verboden.
wetenA1неправильне
wist · wisten · hebben geweten
знати
Ik weet het niet.
de wetenschapA2
наука
De wetenschap is het hier niet over eens.
wetenschappelijkA2
науковий
Er is wetenschappelijk bewijs voor deze aanpak.
wieA1
хто
Wie is dat?
de wijkA2
район (міста)
Wij wonen in een rustige wijk aan de rand van de stad.
de wijkagentB1
дільничний
De wijkagent kent iedereen in de buurt.
de wijkbewonerB1
мешканець району
De wijkbewoners kwamen bijeen in het buurthuis.
het wijkcentrumB1
районний центр
In het wijkcentrum zijn gratis activiteiten.
de wijnA2
вино
Bij het eten drinken ze een glas rode wijn.
wijzenB1неправильне
wees · wezen · hebben gewezen
вказувати
Zij wees naar het huis aan de overkant.
wildB1
дикий
In dit park leven wilde paarden.
willenA1неправильне
wilde · wilden · hebben gewild
хотіти
Ik wil graag koffie.
de windB1
вітер
Er staat vandaag veel wind.
de windkrachtB1
сила вітру
Er wordt windkracht acht verwacht.
de windmolenB1
вітряк, вітрогенератор
Langs de kust staan veel windmolens.
de winkelA2
магазин
De winkel is op zondag gesloten.
het winkelcentrumA2
торговий центр
Het winkelcentrum is net verbouwd.
de winkelierA2
власник магазину
De winkelier kent al zijn klanten.

