Словник
86 слів · сторінка 4 з 4
zulkB1
такий
Zulk mooi weer hebben we lang niet gehad.
zullenA1неправильне
zou · zouden
буде (майб. час)
Zullen we koffie drinken?
de zusA1
сестра
Ik bel mijn zus elke week.
zuurA2
кислий
De melk is zuur geworden.
zwaarA2
важкий (вагою)
Deze koffer is te zwaar voor het vliegtuig.
de zwagerA1
шурин, дівер
Mijn zwager woont in Rotterdam.
zwakA1
слабкий
Na de griep voelde ik me zwak.
zwangerA2
вагітна
Mijn zus is zeven maanden zwanger.
zwartA1
чорний
Hij heeft zwarte schoenen aan.
нелегально, без оформлення (про роботу)
Zwart werken kan een hoge boete opleveren.
het zwembadB1
басейн
Het zwembad is op maandag gesloten.
zwemmenB1неправильне
zwom · zwommen · hebben/zijn gezwommen
плавати
Ik ga twee keer per week zwemmen.

