Словник
31 слів · сторінка 2 з 2
het zoutA1
сіль
Er zit te veel zout in.
солоний
De soep is me veel te zout.
zullenA1неправильне
zou · zouden
буде (майб. час)
Zullen we koffie drinken?
de zusA1
сестра
Ik bel mijn zus elke week.
de zwagerA1
шурин, дівер
Mijn zwager woont in Rotterdam.
zwakA1
слабкий
Na de griep voelde ik me zwak.
zwartA1
чорний
Hij heeft zwarte schoenen aan.
нелегально, без оформлення (про роботу)
Zwart werken kan een hoge boete opleveren.

