Словник
98 слів · сторінка 4 з 4
zich vestigenA2зворотний
vestigde · hebben gevestigd
оселитися
Veel jonge gezinnen vestigen zich in deze wijk.
vierenA2
vierde · hebben gevierd
святкувати
We vieren zaterdag de verjaardag van onze zoon.
vindenA1неправильне
vond · vonden · hebben gevonden
знаходити; вважати
Ik kan het niet vinden.
vliegenA2неправильне
vloog · vlogen · hebben/zijn gevlogen
літати, летіти
We vliegen volgende week naar Marokko.
voelenA1
voelde · hebben gevoeld
відчувати (щось)
Ik voel de wind in mijn gezicht.
zich voelenзворотний
почуватися
Ik voel me vandaag beter.
voerenB1
voerde · hebben gevoerd
вести (розмову); годувати
Gisteren voerden we een lang gesprek over de toekomst.
годувати (тварин)
Mijn dochter voert elke ochtend de konijnen in de tuin.
voetballenA1
voetbalde · hebben gevoetbald
грати у футбол
De kinderen voetballen na school op het plein.
voldoenB2неправильне
voldeed · voldeden · hebben voldaan
відповідати (вимогам)
Uw aanvraag moet aan alle voorwaarden voldoen.
volgenA2
volgde · hebben/zijn gevolgd
слідувати; відвідувати (курс)
Ik volg een cursus Nederlands bij de bibliotheek.
volhardenB2
volhardde · hebben volhard
наполягати, не відступати
Zij volhardde in haar standpunt.
volhoudenB2відокремлюванийнеправильне
hield vol · hielden vol · hebben volgehouden
витримувати, не здаватися
Het is zwaar, maar hij houdt vol.
voorbereidenA2відокремлюваний
bereidde voor · hebben voorbereid
готувати (щось)
We bereiden de vergadering samen voor.
zich voorbereidenзворотний
готуватися
Ik bereid me voor op het examen.
zich voordoenB2відокремлюванийзворотнийнеправильне
deed voor · deden voor · hebben voorgedaan
виникати (про ситуацію)
Als zich een probleem voordoet, bel ons dan.
voorkomenA1відокремлюванийнеправильне
kwam voor · kwamen voor · zijn voorgekomen
траплятися, зустрічатися
Dat probleem komt hier vaak voor.
voorkómenA2неправильне
voorkwam · voorkwamen · hebben voorkomen
запобігати
Met een goede planning voorkom je veel stress.
voorlezenA2відокремлюванийнеправильне
las voor · lazen voor · hebben voorgelezen
читати вголос
Wil je mij de brief van de school even voorlezen?
voorstellenB1відокремлюваний
stelde voor · hebben voorgesteld
пропонувати (ідею, варіант)
Mag ik een andere datum voorstellen?
представляти; уявляти (zich voorstellen)
Mag ik me even voorstellen? Ik ben Sara.
voorzienB2неправильне
voorzag · voorzagen · hebben voorzien
забезпечувати; передбачати
Alle kamers zijn voorzien van een eigen badkamer.
voorzittenB2відокремлюванийнеправильне
zat voor · zaten voor · hebben voorgezeten
головувати
Zij zal de vergadering voorzitten.
vormenB1
vormde · hebben gevormd
утворювати, формувати
De kinderen vormen een kring rond de leraar.
vragenA1неправильне
vroeg · vroegen · hebben gevraagd
запитувати
Mag ik iets vragen?
просити
Hij vraagt zijn buurman om hulp.
vrezenB2
vreesde · hebben gevreesd
побоюватися
De boeren vrezen een droge zomer.
vullenA2
vulde · hebben gevuld
наповнювати
Kun je de fles even met water vullen?

