Je EigenRoute
ВхідРеєстрація

Словник

500 слів · сторінка 19 з 20

  • de voorzieningB1

    послуга, інфраструктура

    In de wijk zijn goede voorzieningen.

  • voorzittenB2відокремлюванийнеправильне

    zat voor · zaten voor · hebben voorgezeten

    головувати

    Zij zal de vergadering voorzitten.

  • de voorzitterB1

    голова (зборів)

    De voorzitter opent de vergadering om acht uur.

  • vorigA1

    минулий, попередній

    Vorig jaar woonde ik nog in Polen.

  • de vorkA1

    виделка

    Er ligt geen vork op tafel.

  • de vormB1

    форма (обрис)

    Deze tafel heeft een ronde vorm.

  • vormenB1

    vormde · hebben gevormd

    утворювати, формувати

    De kinderen vormen een kring rond de leraar.

  • de vormgeverB2

    графічний дизайнер

    De vormgever maakte de hele huisstijl.

  • de vormgevingB2

    оформлення

    De vormgeving van het tijdschrift is vernieuwd.

  • de vorstB1

    мороз

    Vannacht wordt er vorst verwacht.


    монарх, володар

    De vorst opende zelf het nieuwe gebouw.

  • de vraagA1

    питання

    Mag ik u een vraag stellen over het formulier?

  • het vraaggesprekB2

    бесіда-інтерв'ю

    Het vraaggesprek verscheen in de krant.

  • de vraagprijsB2

    запитувана ціна

    De vraagprijs is niet realistisch.

  • de vraagstellingB1

    постановка питання

    Let goed op de vraagstelling van de opdracht.

  • de vrachtwagenA2

    вантажівка

    Een grote vrachtwagen staat midden op de straat.

  • de vrachtwagenchauffeurB2

    водій вантажівки

    Er is een tekort aan vrachtwagenchauffeurs.

  • vragenA1неправильне

    vroeg · vroegen · hebben gevraagd

    запитувати

    Mag ik iets vragen?


    просити

    Hij vraagt zijn buurman om hulp.

  • de vredeB1

    мир (не війна)

    Iedereen wil in vrede en veiligheid leven.

  • de vredesmissieB2

    миротворча місія

    Nederland nam deel aan de vredesmissie.

  • vreemdA2

    дивний; чужий

    Ik hoorde vannacht een vreemd geluid in de keuken.

  • vreselijkA2

    страшний, жахливий (розм.)

    Ik had vreselijke hoofdpijn na het feest.

  • vrezenB2

    vreesde · hebben gevreesd

    побоюватися

    De boeren vrezen een droge zomer.

  • de vriendA1

    друг

    Hij is een goede vriend van mij.


    хлопець, партнер

    Ze woont samen met haar vriend in Utrecht.

  • vriendelijkA2

    привітний, доброзичливий

    De mensen in deze winkel zijn altijd erg vriendelijk.

  • de vriendelijkheidB2

    привітність

    Zijn vriendelijkheid viel meteen op.