Словник
8 слів · сторінка 1 з 1
terugbellenB1відокремлюваний
belde terug · hebben teruggebeld
передзвонювати
Kunt u mij vanmiddag terugbellen?
terugbetalenA2відокремлюваний
betaalde terug · hebben terugbetaald
повертати (гроші)
Ik betaal je volgende week terug.
terugkerenB1відокремлюваний
keerde terug · zijn teruggekeerd
повертатися (книжн.)
Na de vakantie keerde hij terug naar Nederland.
terugkomenA2відокремлюванийнеправильне
kwam terug · kwamen terug · zijn teruggekomen
повертатися
Hij komt volgende week terug.
thuisblijvenA2відокремлюванийнеправильне
bleef thuis · bleven thuis · zijn thuisgebleven
залишатися вдома
Ik blijf vandaag thuis.
toegevenB1відокремлюванийнеправильне
gaf toe · gaven toe · hebben toegegeven
визнавати
Ze gaf toe dat ze fout zat.
поступатися, піддаватися
Uiteindelijk gaf hij toe aan de druk van zijn collega's.
toestaanA2відокремлюванийнеправильне
stond toe · stonden toe · hebben toegestaan
дозволяти
Honden zijn hier niet toegestaan.
toevoegenB1відокремлюваний
voegde toe · hebben toegevoegd
додавати
Voeg nog een beetje zout aan de soep toe.

