Je EigenRoute
ВхідРеєстрація

Словник

183 слів · сторінка 1 з 8

  • de taakA2

    завдання

    Dat is niet mijn taak.

  • de taakomschrijvingA2

    опис обов'язків

    Dat staat niet in mijn taakomschrijving.

  • de taakstellingB1

    поставлене завдання

    De taakstelling voor dit jaar is ambitieus.

  • de taakstrafB2

    громадські роботи

    Hij kreeg een taakstraf van veertig uur.

  • de taakuitvoeringB2

    виконання завдань

    De taakuitvoering wordt steekproefsgewijs gecontroleerd.

  • de taakverdelingB1

    розподіл обов'язків

    We maken een duidelijke taakverdeling.

  • de taalA1

    мова

    Nederlands is een moeilijke taal.

  • de taalachterstandB2

    відставання в мові

    Een taalachterstand haal je met extra les vaak in.

  • de taalbeheersingB2

    володіння мовою

    Zijn taalbeheersing is bijna moedertaalniveau.

  • de taalcoachB2

    мовний наставник

    Een vrijwillige taalcoach oefent wekelijks met haar.

  • de taalcursusB1

    мовний курс

    Ik volg een taalcursus in het buurthuis.

  • de taaleisB1

    мовна вимога

    Er geldt een taaleis van niveau B1.

  • het taalexamenB1

    мовний іспит

    Het taalexamen bestaat uit vier onderdelen.

  • de taalfoutB1

    мовна помилка

    In je brief staan een paar taalfouten.

  • het taalgebruikB2

    мовне вживання, стиль мовлення

    Het taalgebruik in de brief is te informeel.

  • de taallesA2

    урок мови

    Ik heb twee keer per week taalles.

  • het taalniveauB1

    рівень мови

    Voor die opleiding heb je taalniveau B1 nodig.

  • de taaltoetsA2

    мовний тест

    Voor de cursus doe je eerst een taaltoets.

  • de taalvaardigheidB1

    володіння мовою

    Je taalvaardigheid gaat snel vooruit.

  • de taalvariatieB2

    мовна варіативність

    Taalvariatie tussen regio's is normaal.

  • de taartA1

    торт

    Op mijn verjaardag maak ik een taart.

  • de tabelB1

    таблиця

    In de tabel zie je de prijzen per maand.

  • tabletB2

    таблетка

    Neem twee tabletten per dag.

  • de tafelA1

    стіл

    Het eten staat op tafel.

  • de takenlijstA2

    список завдань

    Ik werk mijn takenlijst af.