Словник
29 слів · сторінка 2 з 2
troostenB2
troostte · hebben getroost
втішати
Ze troostte haar dochter na de uitslag.
trouwenA1
trouwde · zijn getrouwd
одружуватися, виходити заміж
Zij gaan in juni trouwen.
tuinierenB1
tuinierde · hebben getuinierd
займатися садом
In het voorjaar ga ik graag tuinieren.
twijfelenA2
twijfelde · hebben getwijfeld
сумніватися
Ik twijfel nog over die opleiding.

