Je EigenRoute
ВхідРеєстрація

Словник

3 слів · сторінка 1 з 1

  • samenlevenB1відокремлюваний

    leefde samen · hebben samengeleefd

    співіснувати, жити разом

    Samenleven met verschillende culturen vraagt inzet.

  • samenwerkenB1відокремлюваний

    werkte samen · hebben samengewerkt

    співпрацювати

    We moeten beter samenwerken.

  • schoonmakenA2відокремлюваний

    maakte schoon · hebben schoongemaakt

    прибирати

    Op zaterdag maak ik het huis schoon.