Словник
20 слів · сторінка 1 з 1
pakkenA1
pakte · hebben gepakt
брати, хапати
Pak even een glas voor me.
parkerenA2
parkeerde · hebben geparkeerd
паркуватися
Hier mag je niet parkeren.
passenA2
paste · hebben gepast
міряти; підходити
Mag ik deze broek even passen?
pinnenA2
pinde · hebben gepind
платити карткою
Kan ik hier pinnen?
plaatsenB1
plaatste · hebben geplaatst
розміщувати
Ik heb een advertentie op de website geplaatst.
plaatsvindenB1відокремлюванийнеправильне
vond plaats · vonden plaats · hebben plaatsgevonden
відбуватися (захід)
De bijeenkomst vindt plaats in het buurthuis.
plannenA2
plande · hebben gepland
планувати
We moeten de verhuizing naar Utrecht goed plannen.
plegenB2
pleegde · hebben gepleegd
скоювати
De jongen heeft een inbraak gepleegd.
poetsenA1
poetste · hebben gepoetst
чистити
Poets je tanden twee keer per dag.
pratenA1
praatte · hebben gepraat
розмовляти
We praten straks verder.
presenterenB1
presenteerde · hebben gepresenteerd
презентувати
Morgen presenteer ik mijn werkstuk voor de klas.
presterenB1
presteerde · hebben gepresteerd
показувати результат
Onder druk presteert hij juist beter.
prijzenB2неправильне
prees · prezen · hebben geprezen
хвалити
De jury prees haar heldere betoog.
printenA2
printte · hebben geprint
роздруковувати
Kun je dit formulier even printen?
prioriterenB2
prioriteerde · hebben geprioriteerd
розставляти пріоритети
We moeten onze taken beter prioriteren.
proberenA1
probeerde · hebben geprobeerd
пробувати
Wil je dit even proberen?
producerenB1
produceerde · hebben geproduceerd
виробляти
Deze fabriek produceert kaas voor heel Europa.
proevenA2
proefde · hebben geproefd
куштувати
Wil je even proeven of het goed is?
promoverenB2
promoveerde · zijn gepromoveerd
захистити дисертацію
Hij is vorig jaar gepromoveerd.
publicerenA1
publiceerde · hebben gepubliceerd
публікувати
De krant publiceerde het rapport gisteren.

