Je EigenRoute
ВхідРеєстрація

Словник

11 слів · сторінка 1 з 1

  • ofA1

    або

    Wil je thee of koffie?

  • ofschoonB2

    хоча (книжн.)

    Ofschoon hij twijfelde, stemde hij toe.

  • oftewelB2

    тобто, інакше кажучи

    Het gaat om de cesuur, oftewel de zak-slaaggrens.

  • omA1

    о (про час); навколо

    De les begint elke dag om half negen.


    щоб (om … te)

    Ik ga naar de bibliotheek om te studeren.

  • omdatA1

    тому що

    Ik kom niet, omdat ik moet werken.

  • ondanksB1

    незважаючи на

    Ondanks de regen gingen we toch wandelen.

  • onderA1

    під

    De doos staat onder het bed.

  • ookA1

    теж, також

    Ik kom ook mee.

  • opA1

    на

    Zet de kopjes op de tafel.

  • opdatB2

    щоб (книжн.)

    Wij melden dit opdat u tijdig kunt reageren.

  • overA1

    про; через (час)

    We praten later over dit probleem.