Je EigenRoute
ВхідРеєстрація

Словник

11 слів · сторінка 1 з 1

  • onderzoekenA2неправильне

    onderzocht · onderzochten · hebben onderzocht

    розслідувати

    Journalisten onderzoeken de zaak nog.


    обстежувати (пацієнта)

    De huisarts onderzoekt haar knie.

  • ontbijtenA2неправильне

    ontbeet · ontbeten · hebben ontbeten

    снідати

    Wij ontbijten om zeven uur.

  • onthoudenA2неправильне

    onthield · onthielden · hebben onthouden

    запам'ятовувати

    Ik kan die naam nooit onthouden.

  • ontslaanA2неправильне

    ontsloeg · ontsloegen · hebben ontslagen

    звільняти

    Er worden dit jaar geen mensen ontslagen.

  • ontvangenA1неправильне

    ontving · ontvingen · hebben ontvangen

    отримувати; приймати (гостей)

    Ik heb je bericht ontvangen.

  • opbergenA2відокремлюванийнеправильне

    borg op · borgen op · hebben opgeborgen

    прибирати (на місце)

    Berg je spullen op in de kast.

  • opschrijvenA2відокремлюванийнеправильне

    schreef op · schreven op · hebben opgeschreven

    записати

    Kun je je telefoonnummer even voor mij opschrijven?

  • optredenA2відокремлюванийнеправильне

    trad op · traden op · hebben opgetreden

    виступати

    De band treedt zaterdag op.


    het optreden

    виступ

    Het optreden van de band duurde twee uur.

  • opvallenA2відокремлюванийнеправильне

    viel op · vielen op · zijn opgevallen

    впадати в око

    Het valt me op dat je beter spreekt.

  • opzeggenA2відокремлюванийнеправильне

    zei op · zeiden op · hebben opgezegd

    розривати, скасовувати

    Ik wil mijn contract opzeggen.

  • opzoekenA2відокремлюванийнеправильне

    zocht op · zochten op · hebben opgezocht

    подивитися, знайти (у словнику, на мапі)

    Zoek het woord even op.


    відвідати, зайти до (когось)

    Ik ga dit weekend mijn oma opzoeken.