Je EigenRoute
ВхідРеєстрація

Словник

38 слів · сторінка 2 з 2

  • opgeluchtA2

    той, що відчув полегшення

    Ik was opgelucht toen het voorbij was.

  • opgetogenB2

    у захваті, радісний

    Zij was opgetogen over het nieuws.

  • opgewektA2

    життєрадісний

    Ze is meestal heel opgewekt.

  • opgewondenB2

    збуджений

    De kinderen waren opgewonden over de reis.

  • oprechtB2

    щирий

    Zijn excuses klonken oprecht.

  • opvallendB2

    помітний

    Het is een opvallend gebouw.

  • opvliegendB2

    запальний

    Hij heeft een opvliegend karakter.

  • oranjeA1

    помаранчевий

    Het Nederlands elftal speelt in oranje.

  • origineelB1

    оригінальний

    Wat een origineel cadeau, waar heb je dat gekocht?

  • oudA1

    старий

    Dit is een oud gebouw.

  • ouderwetsB2

    старомодний

    Het meubilair is wat ouderwets.

  • overigB2

    решта, інший

    De overige vragen bespreken we volgende week.

  • overweldigdB2

    переповнений почуттями

    Zij was overweldigd door alle reacties.