Je EigenRoute
ВхідРеєстрація

Словник

125 слів · сторінка 3 з 5

  • meiA1

    травень

    Mijn verjaardag is in mei.

  • de meidA2

    дівчина (розм.)

    Onze buurvrouw heeft twee meiden en een zoon.

  • het meisjeA1

    дівчинка

    Het meisje speelt buiten.

  • meldenA1

    meldde · hebben gemeld

    повідомляти

    U moet een verhuizing melden bij de gemeente.

  • het meldpuntB1

    пункт прийому скарг

    Er is een meldpunt voor discriminatie.

  • de melkA1

    молоко

    Wil je melk in je koffie?

  • menB1

    кажуть, люди (безос.)

    Men zegt dat het morgen gaat sneeuwen.

  • de meneerA1

    пан

    Goedemorgen meneer, kan ik u ergens mee helpen?

  • menenB1

    meende · hebben gemeend

    мати на увазі (серйозно); вважати

    Meen je dat echt, of maak je een grapje?

  • de meningA2

    думка

    Wat is jouw mening hierover?

  • de mensA1

    людина

    Hij is een aardig mens.

  • de mensenA1

    люди

    Er waren veel mensen op het feest.

  • het merkA2

    марка, бренд

    Welk merk koop jij meestal?

  • merkenA2

    merkte · hebben gemerkt

    помічати

    Ik merk dat het beter gaat.


    de merken

    марки, бренди (мн. від merk)

    In deze winkel verkopen ze alleen bekende merken.

  • het mesA1

    ніж

    Dit mes is niet scherp.

  • metA1

    з

    Ik ga met de fiets.

  • metalenB1

    металевий

    Op het balkon staat een oude metalen tafel.

  • meteenA1

    одразу

    Ik kom er meteen aan.

  • de meterA1

    метр

    De kamer is vier meter lang en drie meter breed.

  • de methodeA2

    метод

    Welke methode hebben de onderzoekers gebruikt?

  • de metroA2

    метро

    In Amsterdam kun je met de metro.

  • de meubelsA2

    меблі

    We hebben nieuwe meubels gekocht.

  • de mevrouwA1

    пані

    Mevrouw, u bent uw handschoen in de bus vergeten.

  • de middagA1

    день (пора доби)

    We eten om twaalf uur 's middags.

  • het middelB1

    засіб

    Dit middel helpt goed tegen hoofdpijn.