Словник
48 слів · сторінка 2 з 2
meteenA1
одразу
Ik kom er meteen aan.
de meterA1
метр
De kamer is vier meter lang en drie meter breed.
de mevrouwA1
пані
Mevrouw, u bent uw handschoen in de bus vergeten.
de middagA1
день (пора доби)
We eten om twaalf uur 's middags.
de middernachtA1
північ
De trein rijdt tot middernacht.
militairA1
військовий
Er is militaire steun toegezegd.
minderA1
менше
Ik werk nu minder uren.
de ministerA1
міністр
De minister legde het beleid uit.
de minuutA1
хвилина
Wacht even, nog één minuut.
misschienA1
може, можливо
Misschien kom ik later.
missenA1
miste · hebben gemist
пропустити; сумувати
Ik heb de bus gemist.
moeA1
втомлений
Ik ben vandaag heel moe.
de moederA1
мати, мама
Mijn moeder woont in Utrecht.
moeilijkA1
важкий
Nederlands is soms moeilijk.
moetenA1неправильне
moest · moesten · hebben gemoeten
мусити
Ik moet nu weg.
mogelijkA1
можливий
Is het mogelijk om later te komen?
mogenA1неправильне
mocht · mochten · hebben gemogen
можна, мати право
Mag ik hier zitten?
het momentA1
момент
Een moment, ik kom eraan.
de mondA1
рот
Doe je mond open, zegt de tandarts.
mooiA1
гарний
Wat een mooie foto!
morgenA1
завтра
Morgen begin ik vroeg.
de muurA1
стіна
Aan de muur hangt een schilderij.
de muziekA1
музика
Ik luister graag naar muziek.

