Словник
70 слів · сторінка 1 з 3
laagA1
низький
De prijs is nu laag.
de laag
шар
Er ligt een dikke laag sneeuw op straat.
laatA1
пізно
Sorry dat ik te laat ben.
laatsteA1
останній
Dit is de laatste bus.
lachenA1неправильне
lachte · lachten · hebben gelachen
сміятися
We hebben veel gelachen.
het lakenA1
простирадло
De lakens moeten in de was.
de lampA1
лампа
De lamp in de gang is kapot.
het landA1
країна
Uit welk land kom je?
langA1
довго, довгий
Het duurt niet lang.
langsA2
уздовж; повз
We fietsen langs de rivier naar het centrum.
langskomenA2відокремлюванийнеправильне
kwam langs · kwamen langs · zijn langsgekomen
заходити, заглядати
Kom je vanavond even langs?
langzaamA1
повільний
Kunt u wat langzamer praten?
de laptopA1
ноутбук
Thuis werk ik het liefst op mijn laptop.
lastigA2
складний, клопіткий
Het is lastig om in de stad te parkeren.
latenA1неправильне
liet · lieten · hebben gelaten
дозволяти; віддавати (у ремонт)
Ik laat mijn fiets repareren.
laterA1
пізніше
We bellen later wel even.
de leeftijdA1
вік
Wat is de leeftijd van je kinderen?
leegA1
порожній
Mijn glas is leeg.
het leerboekA2
підручник
Neem je leerboek mee naar de les.
de leerlingA2
учень
In deze klas zitten 25 leerlingen.
de leerplichtA2
обов'язкова шкільна освіта
In Nederland geldt leerplicht tot achttien jaar.
het legerA1
армія
Het leger hielp bij de evacuatie.
leggenA1
legde · hebben gelegd
класти
Leg het boek op tafel.
lekkerA1
смачний, приємний
Deze soep is heel lekker.
lelijkA1
потворний
Dat gebouw vind ik lelijk.
lenenA2
leende · hebben geleend
позичати
Kan ik tien euro van je lenen?

