Словник
106 слів · сторінка 2 з 5
de leerlijnB1
освітня траєкторія
De leerlijn loopt van A1 tot B2.
de leerlingA2
учень
In deze klas zitten 25 leerlingen.
het leermomentB1
момент навчання
Elke fout is een leermoment.
de leerplichtA2
обов'язкова шкільна освіта
In Nederland geldt leerplicht tot achttien jaar.
het leerprocesB1
процес навчання
Fouten maken hoort bij het leerproces.
de leerstijlB1
стиль навчання
Iedereen heeft een andere leerstijl.
de leerstofB1
навчальний зміст, матеріал
De leerstof van dit blok is pittig.
de leesvaardigheidB1
навичка читання
Mijn leesvaardigheid is beter dan mijn spreekvaardigheid.
het legerA1
армія
Het leger hielp bij de evacuatie.
leggenA1
legde · hebben gelegd
класти
Leg het boek op tafel.
de legitimatieB1
посвідчення особи
Bij de balie moet u legitimatie tonen.
leidenB1
leidde · hebben geleid
керувати, вести
Zij leidt al vijf jaar een team van tien mensen.
de leiderB1
лідер, ватажок
De leider van de groep vertelt waar we heen gaan.
de leidingB1
керівництво; трубопровід
Zij heeft de leiding over het hele project.
de leidinggevendeB1
керівник
Bespreek dat met je leidinggevende.
lekkerA1
смачний, приємний
Deze soep is heel lekker.
lelijkA1
потворний
Dat gebouw vind ik lelijk.
lenenA2
leende · hebben geleend
позичати
Kan ik tien euro van je lenen?
de lengteA2
довжина; зріст
Wat is je lengte en je gewicht?
de leningB1
кредит, позика
Hij sloot een lening af voor de auto.
de lenteA1
весна
In de lente bloeien de tulpen.
de lepelA1
ложка
Ik eet soep met een lepel.
de leraarA2
учитель
De leraar legt het nog een keer uit.
lerenA1
leerde · hebben geleerd
вчити(ся)
Ik leer nu een jaar Nederlands.
de lesA1
урок, заняття
De les Nederlands begint om negen uur.

