Словник
12 слів · сторінка 1 з 1
kapotA2
зламаний
Mijn telefoon is kapot, het scherm doet niets meer.
klaarA1
готовий
Het eten is klaar.
klantgerichtB1
клієнтоорієнтований
Wij werken klantgericht.
klassiekB1
класичний
Mijn vader luistert graag naar klassieke muziek.
kleinA1
маленький
Mijn kamer is klein maar gezellig.
koninklijkB1
королівський
Op Koningsdag bezoekt de koninklijke familie een stad.
kortA1
короткий
Het was maar een korte pauze.
kosteloosB1
безкоштовний
Het advies is kosteloos.
koudA1
холодний
Het eten is koud geworden.
kritischA2
критичний
Lees de tekst kritisch.
kwaadA2
злий, розсерджений
Hij werd kwaad om die opmerking.
kwijtA2
загублений
Ik ben mijn portemonnee kwijt, heb jij hem gezien?

