Словник
122 слів · сторінка 3 з 5
de klantenkaartA2
картка постійного клієнта
Met een klantenkaart spaar je punten.
de klantenserviceA2
служба роботи з клієнтами
Bel de klantenservice als het niet werkt.
klantgerichtB1
клієнтоорієнтований
Wij werken klantgericht.
de klasA1
клас (група учнів)
In mijn klas zitten studenten uit tien landen.
de klasgenootA2
однокласник
Mijn klasgenoot komt uit Syrië.
het klaslokaalA2
класна кімната
Het klaslokaal is op de tweede verdieping.
klassiekB1
класичний
Mijn vader luistert graag naar klassieke muziek.
de kledingA2
одяг (загалом)
In deze winkel verkopen ze kleding voor kinderen.
kleinA1
маленький
Mijn kamer is klein maar gezellig.
de kleindochterA1
онука
Zijn kleindochter gaat al naar school.
het kleinkindA1
онук, онука
Zij heeft drie kleinkinderen.
de kleinzoonA1
онук
Haar kleinzoon is net geboren.
de klerenA1
одяг
Ik koop nieuwe kleren.
de kleurA1
колір
Welke kleur vind je mooi?
klikkenA2
klikte · hebben geklikt
клацати, натискати
Klik op de blauwe knop om verder te gaan.
de klimaatzoneB1
кліматична зона
Nederland ligt in een gematigde klimaatzone.
klinkenB1неправильне
klonk · klonken · hebben geklonken
звучати
Dat plan klinkt goed, laten we het proberen.
de klokA1
годинник (не наручний)
De klok in de keuken loopt voor.
дзвін
De klok van de kerk luidt elke zondagochtend.
kloppenA2
klopte · hebben geklopt
бути правильним; стукати
Klopt dit adres?
de klusB1
робота, завдання
Het schilderen van de keuken was een flinke klus.
klussenB1
kluste · hebben geklust
майструвати
Mijn buurman is elke zaterdag in zijn huis aan het klussen.
de knieA1
коліно
Mijn knie doet pijn bij het lopen.
knippenA2
knipte · hebben geknipt
стригти, різати (ножицями)
Ik laat morgen mijn haar knippen bij de kapper.
de koekA1
печиво
Bij de koffie krijg je een koekje.
de koelkastA1
холодильник
De melk staat in de koelkast.

