Словник
26 слів · сторінка 1 з 2
jaA1
так (відповідь)
Ja, ik kom morgen graag naar je feest.
het jaarA1
рік
Een jaar heeft twaalf maanden.
de jaarafrekeningB2
річний перерахунок
Bij de jaarafrekening krijg je geld terug of moet je bijbetalen.
jaarlijksA1
щорічно
Er is jaarlijks een buurtfeest.
de jaaropgaveB1
річна довідка про доходи
Bewaar je jaaropgave voor de belastingaangifte.
de jaarrekeningB2
річна звітність
De jaarrekening wordt in mei gepubliceerd.
jaloersA2
заздрісний, ревнивий
Hij is een beetje jaloers op zijn broer.
de jaloezieB2
ревнощі
Jaloezie is zelden een goede raadgever.
de jamA1
джем, варення
Ik eet brood met jam.
jammerA2
шкода
Wat jammer dat je niet naar het feest kunt komen.
januariA1
січень
Mijn cursus begint in januari.
het jargonB2
жаргон
Vermijd jargon als je publiek breed is.
jarigA1
іменинник
Mijn zoon is vandaag jarig.
de jasA1
куртка
Doe je jas aan, het is koud.
de jeugdB1
юність, дитинство
In mijn jeugd speelde ik altijd buiten op straat.
de jeugdzorgB2
допомога дітям і підліткам
De jeugdzorg kent lange wachtlijsten.
jongA1
молодий
Zij is nog heel jong.
de jongenA1
хлопчик
Die jongen is mijn zoon.
de journalistA2
журналіст
De journalist sprak met meerdere getuigen.
de journalistiekB2
журналістика
Onafhankelijke journalistiek is onmisbaar.
het jubileumB1
ювілей
De vereniging viert haar vijftigjarig jubileum.
juistB1
правильний
Kies het juiste antwoord uit de lijst.
juliA1
липень
In juli gaan we op vakantie.
juniA1
червень
In juni beginnen de examens.
juridischB2
юридичний
Voor juridisch advies kun je naar het Juridisch Loket.

