Словник
32 слів · сторінка 1 з 2
gastvrijB1
гостинний
Zij zijn heel gastvrij voor bezoek.
geborenA1
народжений
Ik ben in 1990 in Syrië geboren.
gebruikelijkA2
прийнятий, звичайний
Het is hier gebruikelijk om af te spreken.
geduldigA2
терплячий
De docent is heel geduldig.
geelA1
жовтий
De bloemen in de tuin zijn geel.
geïnteresseerdB1
зацікавлений
Ik ben erg geïnteresseerd in de geschiedenis van Nederland.
geïrriteerdA2
роздратований
Hij raakte geïrriteerd door het wachten.
gekA2
божевільний, дивний
Wat een gek idee, dat werkt toch niet!
geldigB1
дійсний
Uw paspoort is nog twee jaar geldig.
gelijkA1
правий; однаковий
Je hebt gelijk.
gelukkigA1
щасливий; на щастя
Ze is gelukkig in haar nieuwe baan.
gemakkelijkA2
легкий (нескладний)
De eerste opdracht van het examen was gemakkelijk.
gemeubileerdA2
мебльований
Wij zoeken een gemeubileerde woning.
gemiddeldA2
у середньому
Ik werk gemiddeld dertig uur per week.
geschiktA2
придатний
Deze woning is geschikt voor een gezin.
gestrestA2
у стресі, напружений
Voor het examen was ik erg gestrest.
getrouwdA1
одружений / заміжня
Zij is al tien jaar getrouwd.
gevaarlijkA2
небезпечний
Het is gevaarlijk om op het ijs te lopen.
gevoeligB1
чутливий
Zij is erg gevoelig voor kritiek.
geweldigA2
чудовий, класний
Het concert gisteren was echt geweldig!
gewondA2
поранений
Bij het ongeluk raakte niemand gewond.
gewoonA1
звичайний; просто
Het was een gewone dag op kantoor.
gezelligB1
затишний, приємний
Het was een gezellige avond.
gezondA2
здоровий
Hij eet heel gezond.
goedA1
добрий
Het gaat goed met mij.

