Словник
7 слів · сторінка 1 з 1
feliciterenB1
feliciteerde · hebben gefeliciteerd
вітати
Ik wil je feliciteren met je nieuwe baan.
fietsenA1
fietste · hebben/zijn gefietst
їздити на велосипеді
Ik fiets elke dag naar school.
formulerenB2
formuleerde · hebben geformuleerd
формулювати
Probeer je vraag anders te formuleren.
fotograferenB1
fotografeerde · hebben gefotografeerd
фотографувати
Zij fotografeert graag oude gebouwen.
fronsenB2
fronste · hebben gefronst
хмуритися
Zij fronste haar wenkbrauwen.
functionerenB1
functioneerde · hebben gefunctioneerd
справлятися, функціонувати
Hij functioneert goed in het team.
fuserenB2
fuseerde · zijn gefuseerd
зливатися, об'єднуватися
De twee scholen gaan fuseren.

