Словник
9 слів · сторінка 1 з 1
eenmaalB1
одного разу; (nu eenmaal) так уже
Het is nu eenmaal zo, daar kunnen we niets aan doen.
eensA2
колись; (пом'якшувальна частка)
Kom eens langs als je tijd hebt.
eerderA2
раніше; скоріше
Kun je morgen iets eerder komen?
eergisterenA1
позавчора
Eergisteren was ik bij de dokter.
eerstA1
спочатку
Ik ga eerst douchen.
eigenlijkA1
власне, насправді
Eigenlijk vind ik het geen goed idee.
ergA1
дуже; погано
Dat is erg vervelend.
ergensA2
десь
Mijn sleutels liggen hier ergens.
evenA1
хвилинку, трохи
Wacht even, ik kom eraan.

