Словник
112 слів · сторінка 1 з 5
daarA1
там
Daar staat mijn fiets.
daardoorB1
через це, тому
De trein had vertraging, daardoor kwam ik te laat.
daarnaA1
після цього
Eerst eten we, daarna gaan we wandelen.
daarnaastA2
крім того
Daarnaast volg ik een cursus.
daaromA1
тому
Het regende, daarom bleef ik thuis.
de dagA1
день
Elke dag ga ik naar mijn werk.
добрий день; до побачення
Dag mevrouw, kan ik u helpen?
het dagelijksA1
щодня
Ik oefen dagelijks een half uur.
het dakA2
дах
Het dak lekt bij zware regen.
dalenB1
daalde · zijn gedaald
знижуватися
De prijs van benzine is deze maand gedaald.
de dameA2
пані, жінка
De dame achter de balie helpt u graag verder.
danA1
потім, тоді
Eerst eten, dan afwassen.
dankenB1
dankte · hebben gedankt
дякувати; завдячувати
Ik wil iedereen danken voor de hulp bij de verhuizing.
dankjewelA1
дякую
Dankjewel voor je hulp.
dankzijB1
завдяки
Dankzij jouw hulp heb ik het examen gehaald.
de dansA2
танець
Op de bruiloft deed iedereen mee aan de dans.
dansenA2
danste · hebben gedanst
танцювати
Op het feest werd er gedanst.
datA1
що (сполучник)
Ik denk dat de trein vandaag later komt.
de datumA1
дата
Wat is de datum van vandaag?
de deadlineA2
термін здачі
De deadline is vrijdag.
het debatA2
дебати
Het debat werd live uitgezonden.
decemberA1
грудень
In december zijn er veel feestdagen.
het deelA1
частина
Het eerste deel van de cursus is klaar.
deelnemenB1відокремлюванийнеправильне
nam deel · namen deel · hebben deelgenomen
брати участь
Iedereen kan aan de cursus deelnemen.
de deelnemerB1
учасник
Elke deelnemer krijgt na de cursus een certificaat.
de deeltijdB1
неповний робочий день
Ze werkt in deeltijd, drie dagen per week.

