Je EigenRoute
ВхідРеєстрація

Словник

50 слів · сторінка 1 з 2

  • daarA1

    там

    Daar staat mijn fiets.

  • daarnaA1

    після цього

    Eerst eten we, daarna gaan we wandelen.

  • daaromA1

    тому

    Het regende, daarom bleef ik thuis.

  • de dagA1

    день

    Elke dag ga ik naar mijn werk.


    добрий день; до побачення

    Dag mevrouw, kan ik u helpen?

  • het dagelijksA1

    щодня

    Ik oefen dagelijks een half uur.

  • danA1

    потім, тоді

    Eerst eten, dan afwassen.

  • dankjewelA1

    дякую

    Dankjewel voor je hulp.

  • datA1

    що (сполучник)

    Ik denk dat de trein vandaag later komt.

  • de datumA1

    дата

    Wat is de datum van vandaag?

  • decemberA1

    грудень

    In december zijn er veel feestdagen.

  • het deelA1

    частина

    Het eerste deel van de cursus is klaar.

  • het dekbedA1

    ковдра

    In de winter gebruik ik een dik dekbed.

  • delenA1

    deelde · hebben gedeeld

    ділити(ся)

    We delen de kosten samen.

  • denkenA1неправильне

    dacht · dachten · hebben gedacht

    думати

    Ik denk dat het goed komt.

  • derdeA1

    третій

    Hij werd derde in de wedstrijd.

  • dertigA1

    тридцять

    Ik ben dertig jaar oud.

  • de deurA1

    двері

    Doe je de deur even dicht?

  • dichtA1

    зачинений

    Op zondag zijn de winkels dicht.

  • dichtbijA1

    близько

    De school is heel dichtbij.

  • het dierA1

    тварина

    In het park zie je veel dieren.

  • dikA1

    товстий

    Trek een dikke jas aan.

  • het dingA1

    річ

    Wat is dat voor een ding?

  • de dinsdagA1

    вівторок

    Dinsdag heb ik een afspraak.

  • directA1

    прямий, прямолінійний

    Nederlanders zijn vaak heel direct.

  • de dochterA1

    донька

    Onze dochter is vijf jaar oud.