Словник
13 слів · сторінка 1 з 1
de dagA1
день
Elke dag ga ik naar mijn werk.
добрий день; до побачення
Dag mevrouw, kan ik u helpen?
danA1
потім, тоді
Eerst eten, dan afwassen.
dankjewelA1
дякую
Dankjewel voor je hulp.
dankzijB1
завдяки
Dankzij jouw hulp heb ik het examen gehaald.
datA1
що (сполучник)
Ik denk dat de trein vandaag later komt.
derdeA1
третій
Hij werd derde in de wedstrijd.
dertigA1
тридцять
Ik ben dertig jaar oud.
dezelfdeA2
той самий
Wij hebben dezelfde leraar als vorig jaar.
doeiA1
бувай
Doei, tot morgen!
doorA1
крізь; через (причина)
We liepen door het park.
doordatB2
через те що
Doordat de trein uitviel, kwam zij te laat.
drieA1
три
De les duurt drie uur.
duizendA1
тисяча
Er kwamen duizend bezoekers.

