Словник
4 слів · сторінка 1 з 1
denkenA1неправильне
dacht · dachten · hebben gedacht
думати
Ik denk dat het goed komt.
doenA1неправильне
deed · deden · hebben gedaan
робити
Wat doe je in het weekend?
dragenA1неправильне
droeg · droegen · hebben gedragen
носити
Hij draagt een zwarte jas.
drinkenA1неправильне
dronk · dronken · hebben gedronken
пити
Wat wil je drinken?

