Je EigenRoute
ВхідРеєстрація

Словник

232 слів · сторінка 7 з 10

  • de doelgroepB2

    цільова аудиторія

    Wie is de doelgroep van dit programma?

  • de doelstellingB1

    мета, завдання

    We hebben onze doelstelling gehaald.

  • doenA1неправильне

    deed · deden · hebben gedaan

    робити

    Wat doe je in het weekend?

  • de dokterA1

    лікар

    Ik ga morgen naar de dokter.

  • het doktersadviesB1

    рекомендація лікаря

    Volg het doktersadvies goed op.

  • de doktersassistentA2

    асистент лікаря

    De doktersassistent maakt de afspraken.

  • het doktersbezoekB1

    візит до лікаря

    Na het doktersbezoek voelde ik me gerustgesteld.

  • domA2

    дурний

    Ik heb een dom foutje gemaakt in mijn brief.

  • de domineeB2

    пастор

    De dominee sprak bij de uitvaart.

  • de donateurB2

    жертводавець

    De stichting heeft vijfduizend donateurs.

  • de donatieB2

    пожертва

    De organisatie leeft van donaties.

  • de donderdagA1

    четвер

    De les is elke donderdag.

  • donkerA1

    темний

    In de winter is het om vijf uur al donker.

  • doodA2

    мертвий

    De plant is dood, want ik vergat water te geven.


    de dood

    смерть

    Na de dood van zijn vader verhuisde hij naar Utrecht.

  • de dooiB2

    відлига

    Na de dooi kwamen er gaten in de weg.

  • doorA1

    крізь; через (причина)

    We liepen door het park.

  • doordatB2

    через те що

    Doordat de trein uitviel, kwam zij te laat.

  • doorgaanB1відокремлюванийнеправильне

    ging door · gingen door · zijn doorgegaan

    відбуватися; продовжувати

    Door de regen kan de markt vandaag niet doorgaan.

  • doorgevenB1відокремлюванийнеправильне

    gaf door · gaven door · hebben doorgegeven

    передавати

    Kun je dat aan je collega doorgeven?


    повідомляти (дані, зміни)

    Geef een adreswijziging door aan de gemeente.

  • doorgroeienB2відокремлюваний

    groeide door · zijn doorgegroeid

    зростати кар'єрно

    Binnen dit bedrijf kun je snel doorgroeien.

  • doorschakelenB2відокремлюваний

    schakelde door · hebben doorgeschakeld

    перемикати (дзвінок)

    Ik schakel u door naar mijn collega.

  • doorstaanB2неправильне

    doorstond · doorstonden · hebben doorstaan

    витримати, перенести

    Hij heeft een zware periode doorstaan.

  • de doorstroomB2

    перехід на наступний щабель

    De doorstroom naar het hoger onderwijs is gestegen.

  • doorverbindenB1відокремлюванийнеправильне

    verbond door · verbonden door · hebben doorverbonden

    з'єднувати (по телефону)

    Ik verbind u door met de juiste afdeling.

  • doorverwijzenB1відокремлюванийнеправильне

    verwees door · verwezen door · hebben doorverwezen

    направляти (до фахівця)

    De huisarts verwees mij door naar het ziekenhuis.