Je EigenRoute
ВхідРеєстрація

Словник

150 слів · сторінка 4 з 6

  • de differentiatieB2

    диференціація навчання

    Met differentiatie krijgt elk niveau eigen opdrachten.

  • de DigiDA2

    цифровий ідентифікатор для держпослуг

    Met DigiD log je in bij de overheid.

  • de digitaliseringB2

    цифровізація

    Digitalisering verandert bijna elke sector.

  • de dijkB1

    дамба

    Nederland wordt beschermd door dijken.

  • de dijkdoorbraakB2

    прорив дамби

    Een dijkdoorbraak zou rampzalig zijn.

  • het dilemmaB2

    дилема

    Zij stond voor een moeilijk dilemma.

  • het dingA1

    річ

    Wat is dat voor een ding?

  • de dinsdagA1

    вівторок

    Dinsdag heb ik een afspraak.

  • het diplomaB1

    диплом

    Mijn diploma is hier erkend.

  • de diplomatieB2

    дипломатія

    Met diplomatie kwam er alsnog een oplossing.

  • de diplomawaarderingB2

    оцінка іноземного диплома

    Vraag een diplomawaardering aan voor je buitenlandse diploma.

  • de directeurA2

    директор

    De directeur van de school spreekt met de ouders.

  • de directheidB2

    прямота

    Aan de Nederlandse directheid moet je wennen.

  • de directieB2

    дирекція

    De directie besliste anders.

  • het directielidB2

    член правління

    Een directielid lichtte het besluit toe.

  • de dirigentB2

    диригент

    De dirigent gaf het teken.

  • de discriminatieA2

    дискримінація

    Discriminatie op de arbeidsmarkt komt nog steeds voor.

  • het discriminatieverbodB2

    заборона дискримінації

    Het discriminatieverbod staat in artikel 1.

  • de discussieA2

    дискусія

    De discussie liep hoog op.

  • de discussieleiderB2

    ведучий дискусії

    De discussieleider gaf iedereen het woord.

  • het distributiecentrumB2

    розподільчий центр

    Het distributiecentrum werkt in drie ploegen.

  • de diversiteitB2

    різноманіття

    Het bedrijf wil meer diversiteit in de top.

  • het dividendB2

    дивіденд

    Het bedrijf keert dit jaar geen dividend uit.

  • de docentB1

    викладач

    De docent legt de opdracht nog een keer uit.

  • de dochterA1

    донька

    Onze dochter is vijf jaar oud.