Je EigenRoute
ВхідРеєстрація

Словник

112 слів · сторінка 3 з 5

  • dikA1

    товстий

    Trek een dikke jas aan.

  • het dingA1

    річ

    Wat is dat voor een ding?

  • de dinsdagA1

    вівторок

    Dinsdag heb ik een afspraak.

  • het diplomaB1

    диплом

    Mijn diploma is hier erkend.

  • directA1

    прямий, прямолінійний

    Nederlanders zijn vaak heel direct.

  • de directeurA2

    директор

    De directeur van de school spreekt met de ouders.

  • de discriminatieA2

    дискримінація

    Discriminatie op de arbeidsmarkt komt nog steeds voor.

  • de discussieA2

    дискусія

    De discussie liep hoog op.

  • de docentB1

    викладач

    De docent legt de opdracht nog een keer uit.

  • de dochterA1

    донька

    Onze dochter is vijf jaar oud.

  • het documentB1

    документ

    Sla het document op voordat je de computer uitzet.

  • doeiA1

    бувай

    Doei, tot morgen!

  • het doekA1

    ганчірка

    Veeg de tafel af met een doek.

  • het doelA1

    мета

    Wat is het doel van deze cursus?

  • de doelstellingB1

    мета, завдання

    We hebben onze doelstelling gehaald.

  • doenA1неправильне

    deed · deden · hebben gedaan

    робити

    Wat doe je in het weekend?

  • de dokterA1

    лікар

    Ik ga morgen naar de dokter.

  • het doktersadviesB1

    рекомендація лікаря

    Volg het doktersadvies goed op.

  • de doktersassistentA2

    асистент лікаря

    De doktersassistent maakt de afspraken.

  • het doktersbezoekB1

    візит до лікаря

    Na het doktersbezoek voelde ik me gerustgesteld.

  • domA2

    дурний

    Ik heb een dom foutje gemaakt in mijn brief.

  • de donderdagA1

    четвер

    De les is elke donderdag.

  • donkerA1

    темний

    In de winter is het om vijf uur al donker.

  • doodA2

    мертвий

    De plant is dood, want ik vergat water te geven.


    de dood

    смерть

    Na de dood van zijn vader verhuisde hij naar Utrecht.

  • doorA1

    крізь; через (причина)

    We liepen door het park.