Словник
83 слів · сторінка 2 з 4
de deurmatA2
килимок біля дверей
Veeg je voeten op de deurmat.
dezelfdeA2
той самий
Wij hebben dezelfde leraar als vorig jaar.
dichtA1
зачинений
Op zondag zijn de winkels dicht.
dichtbijA1
близько
De school is heel dichtbij.
het dieetA2
дієта
Hij volgt een streng dieet.
de dienstregelingA2
розклад руху
De dienstregeling verandert in december.
het dienstverbandA2
працевлаштування
Zij heeft een vast dienstverband.
diepA2
глибокий
Het water is hier te diep om te staan.
het dierA1
тварина
In het park zie je veel dieren.
de DigiDA2
цифровий ідентифікатор для держпослуг
Met DigiD log je in bij de overheid.
digitaalA2
цифровий
Het examen wordt digitaal afgenomen.
dikA1
товстий
Trek een dikke jas aan.
het dingA1
річ
Wat is dat voor een ding?
de dinsdagA1
вівторок
Dinsdag heb ik een afspraak.
directA1
прямий, прямолінійний
Nederlanders zijn vaak heel direct.
de directeurA2
директор
De directeur van de school spreekt met de ouders.
de discriminatieA2
дискримінація
Discriminatie op de arbeidsmarkt komt nog steeds voor.
de discussieA2
дискусія
De discussie liep hoog op.
de dochterA1
донька
Onze dochter is vijf jaar oud.
doeiA1
бувай
Doei, tot morgen!
het doekA1
ганчірка
Veeg de tafel af met een doek.
het doelA1
мета
Wat is het doel van deze cursus?
doenA1неправильне
deed · deden · hebben gedaan
робити
Wat doe je in het weekend?
de dokterA1
лікар
Ik ga morgen naar de dokter.
de doktersassistentA2
асистент лікаря
De doktersassistent maakt de afspraken.

