Je EigenRoute
ВхідРеєстрація

Словник

30 слів · сторінка 1 з 2

  • bakkenA2неправильне

    bakte · bakten · hebben gebakken

    смажити, пекти

    Ik bak een ei voor het ontbijt.

  • bedenkenA2неправильне

    bedacht · bedachten · hebben bedacht

    вигадувати, придумувати

    Wie heeft dit plan bedacht?


    zich bedenkenзворотний

    передумати

    Hij wilde eerst mee, maar bedacht zich.

  • bedervenA2неправильне

    bedierf · bedierven · zijn bedorven

    псуватися

    Vlees bederft snel in de warmte.

  • beginnenA1неправильне

    begon · begonnen · zijn begonnen

    починати(ся)

    De les begint om negen uur.

  • begravenB2неправильне

    begroef · begroeven · hebben begraven

    ховати (покійника)

    Mijn opa is begraven op de begraafplaats in het dorp.

  • begrijpenA1неправильне

    begreep · begrepen · hebben begrepen

    розуміти

    Ik begrijp de vraag niet helemaal.

  • behoudenB2неправильне

    behield · behielden · hebben behouden

    зберігати (не втрачати)

    De gemeente wil het oude centrum behouden.

  • bekijkenA2неправильне

    bekeek · bekeken · hebben bekeken

    розглядати, переглядати

    Wil je de foto's van de vakantie bekijken?

  • beschrijvenB1неправильне

    beschreef · beschreven · hebben beschreven

    описувати

    Kunt u beschrijven hoe de man eruitzag?

  • besluitenA2неправильне

    besloot · besloten · hebben besloten

    вирішувати

    We hebben besloten te verhuizen.

  • besprekenB1неправильне

    besprak · bespraken · hebben besproken

    обговорювати

    Dat bespreken we morgen in de vergadering.

  • bestaanA1неправильне

    bestond · bestonden · hebben bestaan

    існувати

    Zo'n regel bestaat hier niet.

  • bestrijdenB2неправильне

    bestreed · bestreden · hebben bestreden

    заперечувати, оскаржувати

    Hij bestrijdt die conclusie met cijfers.

  • betreffenB2неправильне

    betrof · betroffen · hebben betroffen

    стосуватися

    Deze brief betreft uw aanvraag voor huurtoeslag.

  • betrekkenB2неправильне

    betrok · betrokken · hebben betrokken

    залучати

    De gemeente wil de bewoners bij het plan betrekken.

  • zich bevindenB2зворотнийнеправильне

    bevond · bevonden · hebben bevonden

    знаходитися (zich bevinden)

    De ingang bevindt zich aan de achterkant van het gebouw.

  • bewegenB1неправильне

    bewoog · bewogen · hebben bewogen

    рухатися

    Probeer elke dag genoeg te bewegen.

  • bewijzenB2неправильне

    bewees · bewezen · hebben bewezen

    доводити

    De politie kan niet bewijzen dat hij de dief is.

  • zich bezighoudenB1відокремлюванийзворотнийнеправильне

    hield bezig · hielden bezig · hebben beziggehouden

    займатися (чимось)

    Zij houdt zich bezig met vrijwilligerswerk.

  • bezittenB2неправильне

    bezat · bezaten · hebben bezeten

    володіти

    Mijn ouders bezitten een klein huis aan zee.

  • bezoekenA2неправильне

    bezocht · bezochten · hebben bezocht

    відвідувати

    We bezoeken zondag mijn ouders.

  • biddenB1неправильне

    bad · baden · hebben gebeden

    молитися

    Mijn grootmoeder bidt elke avond voor het slapen.

  • biedenB1неправильне

    bood · boden · hebben geboden

    надавати

    De gemeente biedt hulp bij het zoeken naar werk.

  • bijkomenB1відокремлюванийнеправильне

    kwam bij · kwamen bij · zijn bijgekomen

    приходити до тями

    Ik ben nog aan het bijkomen van de reis.

  • bindenB2неправильне

    bond · bonden · hebben gebonden

    зв'язувати, прив'язувати

    Bind de fiets goed vast aan het hek.