Je EigenRoute
ВхідРеєстрація

Словник

253 слів · сторінка 6 з 11

  • de bewegingB1

    рух; фізична активність

    Dagelijkse beweging is goed voor je gezondheid.

  • bewerenA2

    beweerde · hebben beweerd

    стверджувати

    Hij beweert dat hij niets wist.

  • het bewijsB1

    доказ, підтвердження

    Bewaar het bewijs van betaling.

  • de bewonerB1

    мешканець (будинку)

    Elke bewoner krijgt een sleutel van de fietsenberging.

  • bewustB1

    свідомий; свідомо

    Ik eet de laatste tijd bewuster en gezonder.

  • de bezemA1

    мітла

    Pak even de bezem.

  • bezetA1

    зайнятий

    Deze plaats is bezet.

  • de bezienswaardigheidB1

    визначна пам'ятка

    De grachten zijn de bekendste bezienswaardigheid.

  • bezigA1

    зайнятий (чимось)

    Ik ben nu even bezig.

  • zich bezighoudenB1відокремлюванийзворотнийнеправильне

    hield bezig · hielden bezig · hebben beziggehouden

    займатися (чимось)

    Zij houdt zich bezig met vrijwilligerswerk.

  • het bezoekA1

    гості, візит

    We krijgen vanavond bezoek.

  • bezoekenA2неправильне

    bezocht · bezochten · hebben bezocht

    відвідувати

    We bezoeken zondag mijn ouders.

  • de bezoekerA2

    відвідувач

    Elke bezoeker krijgt bij de ingang een plattegrond.

  • het bezoekuurA2

    години відвідування

    Het bezoekuur is van twee tot vier.

  • bezorgenA2

    bezorgde · hebben bezorgd

    доставляти

    Ze bezorgen het pakket morgen.

  • de bezorgkostenA2

    вартість доставки

    Boven de dertig euro betaal je geen bezorgkosten.

  • het bezwaarschriftB1

    письмове заперечення

    U kunt binnen zes weken een bezwaarschrift indienen.

  • de bibliotheekA2

    бібліотека

    De bibliotheek is op zondag gesloten.

  • biddenB1неправильне

    bad · baden · hebben gebeden

    молитися

    Mijn grootmoeder bidt elke avond voor het slapen.

  • biedenB1неправильне

    bood · boden · hebben geboden

    надавати

    De gemeente biedt hulp bij het zoeken naar werk.

  • het bierA2

    пиво

    Op het terras drinkt hij een glas bier.

  • bijA1

    у, біля

    Ik ben bij de dokter.

  • de bijbaanA2

    підробіток

    Naast mijn studie heb ik een bijbaan.

  • de bijdrageA2

    внесок, доплата

    Iedereen betaalt een eigen bijdrage.

  • de bijeenkomstB1

    зустріч, зібрання

    De gemeente organiseert een bijeenkomst voor nieuwe inwoners.