Je EigenRoute
ВхідРеєстрація

Словник

156 слів · сторінка 2 з 7

  • het bedragA2

    сума

    Het bedrag staat onderaan de rekening.

  • het bedrijfA1

    компанія, фірма

    Zij werkt bij een groot bedrijf.

  • de bedrijfskledingA2

    робоча форма

    De bedrijfskleding krijg je van je werkgever.

  • de bedrijfsregelsA2

    правила компанії

    Lees de bedrijfsregels op je eerste werkdag.

  • het bedrijfsuitjeA2

    корпоративний виїзд

    Volgende maand is het bedrijfsuitje.

  • het beenA1

    нога

    Hij heeft zijn been gebroken.

  • het beetjeA1

    трохи

    Ik spreek al een beetje Nederlands en Engels.

  • het beginA1

    початок

    Aan het begin van de les zeggen we iets over het weekend.

  • beginnenA1неправильне

    begon · begonnen · zijn begonnen

    починати(ся)

    De les begint om negen uur.

  • begrijpenA1неправильне

    begreep · begrepen · hebben begrepen

    розуміти

    Ik begrijp de vraag niet helemaal.

  • beideA2

    обидва (перед імен.)

    Beide kinderen gaan naar dezelfde school.

  • bekendA2

    відомий, знайомий

    Deze zanger is in heel Nederland bekend.

  • bekijkenA2неправильне

    bekeek · bekeken · hebben bekeken

    розглядати, переглядати

    Wil je de foto's van de vakantie bekijken?

  • de belA1

    дзвінок (дверний)

    De bel doet het niet.

  • belangrijkA1

    важливий

    Dit is een belangrijke brief.

  • de belastingA2

    податок

    Je moet elk jaar belasting aangeven.

  • de belastingdienstA2

    податкова служба

    De belastingdienst stuurt in maart een brief.

  • het beleidA2

    політика (курс)

    Het beleid van de gemeente is veranderd.

  • belevenA2

    beleefde · hebben beleefd

    переживати

    Iedereen beleeft zo'n dag anders.

  • bellenA1

    belde · hebben gebeld

    дзвонити (телефоном)

    Ik bel je vanavond na het eten.

  • benedenA2

    внизу

    De keuken is beneden en de slaapkamers zijn boven.

  • de benzineA2

    бензин

    De benzine is weer duurder geworden.

  • bepalenA1

    bepaalde · hebben bepaald

    визначати

    Jij mag bepalen waar we eten.

  • bereidenA2

    bereidde · hebben bereid

    готувати (страву)

    Dit gerecht is makkelijk te bereiden.

  • de bereidingstijdA2

    час приготування

    De bereidingstijd is twintig minuten.