Словник
Фільтри2
34 слів · сторінка 2 з 2
zich afmeldenB1відокремлюванийзворотний
meldde af · hebben afgemeld
скасовувати запис
Vergeet niet je af te melden als je niet komt.
afrekenenA2відокремлюваний
rekende af · hebben afgerekend
розрахуватися
Ik ga even afrekenen.
afsluitenB1відокремлюванийнеправильне
sloot af · sloten af · hebben afgesloten
укладати (договір); перекривати
Wij hebben een nieuwe zorgverzekering afgesloten.
afsprekenB1відокремлюванийнеправильне
sprak af · spraken af · hebben afgesproken
домовлятися
Zullen we iets afspreken voor vrijdag?
afstuderenB2відокремлюваний
studeerde af · zijn afgestudeerd
закінчувати виш
Zij hoopt in juni af te studeren.
zich afvragenB1відокремлюванийзворотнийнеправильне
vroeg af · vroegen af · hebben afgevraagd
замислюватися, чи
Ik vraag me af of dat wel klopt.
afwassenA2відокремлюванийнеправильне
waste af · wasten af · hebben afgewassen
мити посуд
Wie wast er vanavond af?
afwijzenB1відокремлюванийнеправильне
wees af · wezen af · hebben afgewezen
відхиляти
Mijn aanvraag is afgewezen.
afzeggenA2відокремлюванийнеправильне
zei af · zeiden af · hebben afgezegd
скасувати (зустріч)
Ik moet de afspraak bij de tandarts afzeggen.

