Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

14 слов · страница 1 из 1

  • zich aankledenA2отделяемыйвозвратный

    kleedde aan · hebben aangekleed

    одеваться

    Ik kleed me snel aan en ga naar mijn werk.

  • aanpassenA2отделяемый

    paste aan · hebben aangepast

    изменять, подгонять (что-то)

    We passen het rooster aan de vakantie aan.


    zich aanpassenвозвратный

    приспосабливаться

    Je moet je aanpassen aan de nieuwe regels.

  • bedenkenA2неправильный

    bedacht · bedachten · hebben bedacht

    придумывать

    Wie heeft dit plan bedacht?


    zich bedenkenвозвратный

    передумать

    Hij wilde eerst mee, maar bedacht zich.

  • zich herinnerenA2возвратный

    herinnerde · hebben herinnerd

    помнить, вспоминать

    Ik herinner me haar naam niet meer.

  • ontwikkelenA1

    ontwikkelde · hebben ontwikkeld

    разрабатывать, развивать (что-то)

    Het bedrijf ontwikkelt een nieuwe app.


    zich ontwikkelenвозвратный

    развиваться

    Kinderen ontwikkelen zich in hun eigen tempo.

  • zich realiserenA2возвратный

    realiseerde · hebben gerealiseerd

    осознавать

    Ik realiseerde me pas later wat er gebeurd was.

  • zich richtenA1возвратный

    richtte · hebben gericht

    ориентироваться на, быть рассчитанным на

    De cursus richt zich op beginners.

  • zich verslapenA2возвратныйнеправильный

    versliep · versliepen · hebben verslapen

    проспать

    Ik heb me verslapen en kwam te laat.

  • zich vervelenA2возвратный

    verveelde · hebben verveeld

    скучать

    De kinderen vervelen zich in de vakantie.

  • verzettenA2

    verzette · hebben verzet

    переносить (встречу)

    Kunnen we de afspraak naar vrijdag verzetten?


    zich verzettenвозвратный

    сопротивляться, противиться

    Veel bewoners verzetten zich tegen het plan.

  • zich vestigenA2возвратный

    vestigde · hebben gevestigd

    поселиться, обосноваться

    Veel jonge gezinnen vestigen zich in deze wijk.

  • voelenA1

    voelde · hebben gevoeld

    чувствовать (что-то)

    Ik voel de wind in mijn gezicht.


    zich voelenвозвратный

    чувствовать себя

    Ik voel me vandaag beter.

  • voorbereidenA2отделяемый

    bereidde voor · hebben voorbereid

    готовить (что-то)

    We bereiden de vergadering samen voor.


    zich voorbereidenвозвратный

    готовиться

    Ik bereid me voor op het examen.

  • zich ziekmeldenA2отделяемыйвозвратный

    meldde ziek · hebben ziekgemeld

    сообщить о больничном

    Je moet je voor negen uur ziekmelden.