Словарь
2767 слов · страница 99 из 111
de vluchtA2
рейс, полёт; бегство
Onze vlucht naar Istanbul heeft twee uur vertraging.
de vluchtelingA2
беженец
De gemeente vangt vluchtelingen op.
de vluchtstrookB1
аварийная полоса
Sta alleen op de vluchtstrook bij pech.
de voedingB1
питание
Gezonde voeding is belangrijk.
het voedingsadviesB1
рекомендации по питанию
De diëtist gaf mij voedingsadvies.
het voedingsmiddelA2
пищевой продукт
Sommige voedingsmiddelen bevatten veel zout.
de voedingswaardeA2
пищевая ценность
De voedingswaarde staat op de verpakking.
het voedselA2
продовольствие, пища
Er wordt veel voedsel weggegooid.
voelenA1
voelde · hebben gevoeld
чувствовать (что-то)
Ik voel de wind in mijn gezicht.
zich voelenвозвратный
чувствовать себя
Ik voel me vandaag beter.
voerenB1
voerde · hebben gevoerd
вести (разговор); кормить
Gisteren voerden we een lang gesprek over de toekomst.
кормить (животных)
Mijn dochter voert elke ochtend de konijnen in de tuin.
de voetA1
ступня
Mijn voet doet zeer.
het voetbalA1
футбол
Op zaterdag kijkt mijn vader altijd voetbal op tv.
de voetbalclubA2
футбольный клуб
Mijn zoon is lid van de voetbalclub in ons dorp.
voetballenA1
voetbalde · hebben gevoetbald
играть в футбол
De kinderen voetballen na school op het plein.
de vogelB1
птица
In de tuin zitten veel vogels.
de voicemailB1
голосовая почта
Ik heb een bericht op je voicemail ingesproken.
volA1
полный
De bus is helemaal vol.
voldoendeB1
достаточный; удовлетворительно
Voor dit examen heb je een voldoende nodig.
volgenA2
volgde · hebben/zijn gevolgd
следовать; посещать (курс)
Ik volg een cursus Nederlands bij de bibliotheek.
volgendA1
следующий
Volgende week begin ik met de cursus.
volgensA2
по словам, согласно
Volgens de dokter moet ik meer bewegen.
het volkB1
народ
Het volk kiest elke vier jaar een nieuw parlement.
volledigB1
полный; полностью
Vul het formulier volledig en duidelijk in.
volwassenA2
взрослый
Mijn kinderen zijn al volwassen en wonen op zichzelf.
voorA1
для; перед
Dit cadeau is voor jou.

