Словарь
4598 слов · страница 93 из 184
meiA1
май
Mijn verjaardag is in mei.
de meidA2
девочка, девушка (разг.)
Onze buurvrouw heeft twee meiden en een zoon.
het meisjeA1
девочка
Het meisje speelt buiten.
de melancholieB2
меланхолия
In zijn muziek zit veel melancholie.
de meldingB1
сообщение, уведомление
Je kunt via de app een melding maken van afval op straat.
het meldpuntB1
пункт приёма жалоб
Er is een meldpunt voor discriminatie.
de melkA1
молоко
Wil je melk in je koffie?
de melodieB2
мелодия
De melodie blijft meteen hangen.
de memoB2
служебная записка
Hij schreef een korte memo aan de directie.
de meneerA1
господин; мужчина (вежл.)
Goedemorgen meneer, kan ik u ergens mee helpen?
de meningA2
мнение
Wat is jouw mening hierover?
het meningsverschilB2
расхождение во мнениях
Een meningsverschil hoeft geen ruzie te worden.
de mensA1
человек
Hij is een aardig mens.
de mensenA1
люди
Er waren veel mensen op het feest.
het mensenrechtB2
право человека
Onderwijs is een mensenrecht.
de mensenrechtenB2
права человека
Mensenrechten gelden voor iedereen.
het mensenrechtenverdragB2
договор о правах человека
Het mensenrechtenverdrag is door bijna elk land ondertekend.
de mensheidB1
человечество
Klimaatverandering is een probleem voor de hele mensheid.
de mentaliteitB1
менталитет, образ мышления
Er is een andere mentaliteit nodig om afval te verminderen.
de mentorB2
наставник
Elke nieuwe medewerker krijgt een mentor.
het menuA2
меню
Mag ik het menu even zien, alstublieft?
de merelB2
чёрный дрозд
De merel zingt al vroeg in de ochtend.
het merendeelB1
большинство, большая часть
Het merendeel van de leerlingen komt op de fiets.
het merkA2
марка, бренд
Welk merk koop jij meestal?
merkenA2
merkte · hebben gemerkt
замечать
Ik merk dat het beter gaat.
de merken
марки, бренды (мн. ч. от merk)
In deze winkel verkopen ze alleen bekende merken.

