Словарь
3699 слов · страница 88 из 148
particulierB1
частный
Deze school wordt betaald met particulier geld.
de partijB1
партия
Op welke partij ga jij bij de verkiezingen stemmen?
de partnerA1
партнёр
Mijn partner werkt in het onderwijs.
pasA2
только (не раньше), лишь
De winkel gaat pas om tien uur open.
de pas
карточка, пропуск
Betaal je met je pas of contant?
het paspoortA2
паспорт
Neem je paspoort mee naar de afspraak bij de gemeente.
de passagierA2
пассажир
Alle passagiers moeten hun gordel vastmaken.
passenA2
paste · hebben gepast
мерить; подходить
Mag ik deze broek even passen?
passerenB1
passeerde · hebben/zijn gepasseerd
проезжать мимо, обгонять
Een vrachtwagen passeerde ons op de snelweg.
de passieB1
страсть, увлечение
Koken is echt zijn grote passie in het leven.
de pastaA1
макароны
Vanavond maak ik pasta.
de patatA1
картофель фри
Op vrijdag eten we patat.
de patiëntB1
пациент
De patiënt is goed hersteld.
het patiëntendossierB1
медицинская карта
U mag uw patiëntendossier inzien.
het patroonB1
образец, шаблон
Bij het lezen herken je een vast patroon in de zinnen.
de pauzeA2
перерыв
We hebben om twaalf uur pauze.
de pechA2
поломка; невезение
Ik had pech met de auto onderweg.
de peerA1
груша
Deze peer is heel zoet.
de penA1
ручка
Heb je een pen voor me?
het pensioenA2
пенсия
Zij gaat volgend jaar met pensioen.
de peperA1
перец
Doe er wat peper op.
perA2
за, на (каждого)
De kaartjes kosten tien euro per persoon.
perfectA2
идеальный, безупречный
Je Nederlands is bijna perfect, heel goed gedaan!
de periodeB1
период
In die periode werkte ik in een fabriek.
permanentB1
постоянный, бессрочный
Zij heeft een permanente verblijfsvergunning gekregen.
het perronA2
платформа
De trein vertrekt van perron 5.

