Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

2767 слов · страница 87 из 111

  • het tijdstipA2

    момент времени

    Wat is een handig tijdstip voor jou?

  • tillenA2

    tilde · hebben getild

    поднимать (тяжёлое)

    Deze doos is te zwaar om alleen te tillen.

  • timmerenB1

    timmerde · hebben getimmerd

    плотничать, сколачивать

    Mijn opa timmert een vogelhuisje voor in de tuin.

  • de tipA2

    совет, подсказка

    Heb jij een goede tip voor een goedkoop restaurant?

  • de titelB1

    название; титул

    Wat is de titel van het boek dat je leest?

  • tochA1

    всё же, всё-таки

    Het was koud, maar we gingen toch.

  • toeB1

    закрыт(о) (разг.)

    Doe de deur even toe, het tocht hier.

  • de toegangB1

    доступ, вход

    Iedereen heeft recht op toegang tot onderwijs.

  • de toegangsprijsB1

    стоимость входа

    De toegangsprijs is vijftien euro.

  • toegevenB1отделяемыйнеправильный

    gaf toe · gaven toe · hebben toegegeven

    признавать

    Ze gaf toe dat ze fout zat.


    уступать, поддаваться

    Uiteindelijk gaf hij toe aan de druk van zijn collega's.

  • de toekomstA2

    будущее

    In de toekomst wil ik verpleegkundige worden.

  • de toelichtingB1

    пояснение

    Bij het formulier zit een korte toelichting.

  • toenA2

    когда (в прошлом); тогда

    Toen ik klein was, woonde ik in een dorp.

  • het toernooiB1

    турнир

    Onze club organiseert elk jaar een toernooi.

  • de toeslagA2

    пособие, надбавка

    Je kunt bij de Belastingdienst een toeslag aanvragen.

  • de toeslagaanvraagB1

    заявление на пособие

    De toeslagaanvraag doe je online.

  • toestaanA2отделяемыйнеправильный

    stond toe · stonden toe · hebben toegestaan

    разрешать

    Honden zijn hier niet toegestaan.

  • de toestemmingB1

    разрешение

    Je hebt toestemming nodig van de gemeente.

  • de toetsB1

    контрольная

    Morgen hebben we een toets.

  • de toetsweekB1

    неделя контрольных

    Volgende maand is de toetsweek.

  • toevalligA2

    случайно

    Ik zag mijn oude leraar toevallig in de supermarkt.

  • toevoegenB1отделяемый

    voegde toe · hebben toegevoegd

    добавлять

    Voeg nog een beetje zout aan de soep toe.

  • het toiletA1

    туалет

    Waar is het toilet?

  • de tomaatA1

    помидор

    Doe een tomaat in de salade.

  • tonenB1

    toonde · hebben getoond

    показывать, предъявлять

    Kunt u bij de ingang uw kaartje tonen?