Словарь
7085 слов · страница 85 из 284
het gesprekA1
разговор
We hebben een goed gesprek gehad.
de gespreksleiderB2
ведущий беседы
De gespreksleider gaf iedereen het woord.
het gespreksonderwerpB1
тема разговора
Het weer is hier een populair gespreksonderwerp.
de gesprekspartnerB1
собеседник
Luister goed naar je gesprekspartner.
de gespreksrondeB2
раунд переговоров
Er volgt nog een gespreksronde met de bewoners.
de gesprekstechniekB1
техника ведения беседы
Op de cursus leer je gesprekstechnieken.
de gestalteB2
фигура, силуэт
In het donker zag ik een gestalte.
gestrestA2
в стрессе, напряжённый
Voor het examen was ik erg gestrest.
het getalA1
число
Schrijf het getal in cijfers.
het getijdeB2
прилив и отлив
Het getijde bepaalt wanneer je kunt varen.
de getijdenwerkingB2
приливное воздействие
De getijdenwerking vormt de zandbanken.
getrouwdA1
женат / замужем
Zij is al tien jaar getrouwd.
de getuigeB1
свидетель
De getuige legde een verklaring af.
getuigenB1
getuigde · hebben getuigd
давать показания
Twee buren getuigden in de rechtszaak tegen hem.
het gevaarB1
опасность
Bij dit weer is er gevaar voor gladheid.
gevaarlijkA2
опасный
Het is gevaarlijk om op het ijs te lopen.
het gevalB1
случай
In dat geval bel ik je morgen terug.
de gevangenisA2
тюрьма
Hij zat twee jaar in de gevangenis.
het gevechtB1
драка, бой
Na de wedstrijd ontstond er een gevecht tussen supporters.
de gevelB2
фасад
De gevel van het oude huis wordt geschilderd.
gevenA1неправильный
gaf · gaven · hebben gegeven
давать
Geef mij het zout, alsjeblieft.
het gevoelA1
чувство
Ik had het gevoel dat er iets mis was.
gevoeligB1
чувствительный
Zij is erg gevoelig voor kritiek.
de gevoeligheidB2
чувствительность
Zijn gevoeligheid voor kritiek is groot.
het gevoelslevenB2
эмоциональная жизнь
Over zijn gevoelsleven praat hij zelden.

